De Emiel

Blogpost #6 – Mattias Theys
De zesde blogpost is geschreven door Mattias. Binnen team onderwijs is Mattias ondertussen een vaste waarde. Mattias is geboeid door onderwijs, daarom dat zijn blogpost de aandacht vestigt op studeren. Toepasselijk om tijdens deze examenperiode eens over na te denken. Veel leesplezier en nog veel succes gewenst met de examens.

Wat betekent studeren?

Het is een relevante vraag al lijkt hij misschien op het eerste zicht vrij makkelijk te beantwoorden. Voor velen onder ons betekent studeren vandaag talloze uren doorbrengen achter een computerscherm in de hoop iets op te vangen dat je kan helpen doen slagen op het examen in januari. Als ik dezelfde vraag had gesteld op dit moment vorig jaar dan was het antwoord waarschijnlijk anders geweest: studeren dat is de beste tijd van je leven he, dat is vrij zijn en genieten van je jeugd! Hoewel deze verschuiving in betekenis van studeren omwille van de veranderende sociale context een studie op zichzelf waard is wil ik verder inzoomen en voorbij gaan aan deze oppervlakkige beschrijving van ons studieproces.

Wat betekent studeren is een vraag die ook een waaromvraag impliceert. Waarom studeer je eigenlijk? 

In de maatschappij van vandaag heeft studeren een status gekregen. Student zijn is een statuut met aan het einde van de rit formele erkenning. Achterliggend aan de vele uiteenlopende redenen waarom iemand studeert schuilt de idee van een diploma. Een diploma dat deuren opent, de deuren naar een welvarend leven in een maatschappij gedreven door kennis. Je studeert dus om een diploma te halen. Nu komt het mogelijks niet als een verrassing dat ik deze idee wil problematiseren. 

Een diploma is een stukje papier dat aantoont dat jij als individu een traject hebt doorlopen waarbij je je hebt verdiept in een bepaalde discipline. Dit diploma verschaft je hiervan het bewijs om waarde te hebben op de arbeidsmarkt. Hier ligt een eerste pijnpunt: de drang naar kwalificatie om van belang te kunnen zijn. You are your diploma. In de ogen van de neoliberale samenleving ben je als afgestudeerde aan een universiteit niet meer dan gekwalificeerd gereedschap, klaar om gebruikt te worden. 

Een gevolg hiervan is dat diploma’s in waarde gaan beginnen verschillen naar mate de samenleving deze expertise nodig heeft (zie: de focus op STEM en het verdwijnen van Slavistiek aan de KULeuven). Hierarchie wordt dusdanig ingesteld en competitie gefaciliteerd. Zonder kwalificatie die naar waarde wordt geschat, sta je nergens. 

Van de idee dat studeren een proces van persoonsvorming is en de ontwikkeling van je geest blijft nauwelijks iets over. Iedereen wil plots IT’er of ingenieur worden. Wie de verschillen in studentenaantallen tussen de ingenieurs en de pedagogen bekijkt zal me begrijpen. Tegelijkertijd wil niemand gezegd hebben dat pedagogiek studeren minderwaardig is. 

Om terug te komen op de vraag van het begin: vanuit hetgeen hierboven beschreven kan studeren dus begrepen worden als een race naar kwalificatie. Een noodzakelijk kwaad om relevant te zijn. 

Sta me toe het hier niet mee eens te zijn en gefrustreerd te zijn door deze evolutie. Want studeren hoeft niet enkel gereduceerd te worden tot een diploma behalen. Studeren kan een verlenging zijn van je ontwikkeling. 

Een maatschappij waarin kennis centraal staat zoals vandaag is studeren een middel om tegemoet te komen aan de noden van de samenleving. Maar wat als dit nog verder gaat? Wat als niet allen Slavistiek verdwijnt maar binnenkort ook Geschiedenis? Dat is toch allemaal al lang geleden, wat voor nut heeft dat nog? Waarom zou je nog kunst bestuderen als niemand hier aandacht voor heeft en je terechtkomt achter een bureau in een bedrijf omdat je geen werk vond in een museum? Niet veel later sneuvelt misschien wel Pedagogische Wetenschappen! Want wie heeft nog pedagogen nodig als we in een digitale samenleving ondergeschikt worden aan de computer? 

We moeten ons hiervan bewust zijn. Deze enge visie op wat studeren betekent, kan verregaande gevolgen hebben. Daarom is het van belang dat we nu beginnen met zoeken naar oplossingen en durven loskomen van de maatschappelijke relevantie van een studie. Laat studeren terug iets zijn waar je echt vrij kan zijn, waarin je (vrije) tijd hebt om de wereld te ontdekken en jezelf te vormen. Op die manier kan studeren ook democratisch werken: iedereen heeft het recht te studeren wat hij/zij/x wil. 

Natuurlijk wil ik geen wereldvreemde idioot zijn en zeggen dat je maar moet doen wat je wil en diploma’s er niet toe doen. Wat ik wel wil doen is hier de aandacht op vestigen. Het creëren van een gedeelde bezorgdheid brengt bewustzijn met zich mee en kan een publiek debat starten. Alleen van daaruit is duurzame verandering mogelijk. 

Een eerste praktische suggestie kan zijn om deze publieke bezorgdheid expliciet te maken op de volgende SID-IN waar schoolgaande jeugd massaal naartoe trekt om te beslissen welk diploma ze willen halen. Waarom ze daar dan niet al laten kennismaken met de idee dat studeren niet draait om het eindproduct maar om het proces? Dit is naar mijn gevoel een eerlijkere manier van communiceren dan zeggen dat je met een diploma burgerlijk ingenieur er wel zal komen. 

Zet de deuren van de universiteiten en hogescholen dus wagenwijd open voor studenten allerlanden om zich te komen verdiepen in studies die bijdragen aan hun zelfontwikkeling ongebonden van maatschappelijke druk. You are not (just) your diploma. 

p.s.: wie graag hierover zijn mening met mij deelt of hierover in gesprek wil gaan, het staat volledig vrij me te contacteren!

Blogpost #5 – Thomas Janssens
De eerste blogpost van 2021 werd geschreven door Thomas Janssens, één van de huidig vice-krico’s. Veel leesplezier!

Gelukkig Nieuwjaar! Dat het komende jaar jullie veel geluk mag brengen waar jullie het ook zoeken! Dat we elkaar binnenkort terug mogen vastpakken zonder daarover te moeten nadenken! En, last but not least, dat die examens deze maand goed mogen gaan!

Het is misschien een beetje ongebruikelijk dat de inleiding van mijn blogpost niet de start ervan is, maar ik was even enthousiast (lees: ben altijd) en wou jullie gewoon heel graag het beste wensen voor het komende jaar! Dat is dan meteen ook het onderwerp van deze post, ik wil het vandaag met jullie hebben over de kracht van enthousiasme, afleiding vinden in deze moeilijke tijden, bespreekbaarheid en sokken, leuke sokken om precies te zijn, zo met van die patroontjes, tekeningen of veel kleurtjes. Of met alle bovenstaande! Man, ik hou van sokken.

Ik begin graag met nog wat meer info over mezelf. Mijn naam is Thomas en naast een gigantische sokkenfanaat ben ik animator bij Kazou, waar ik vooral vakanties doe met mensen met een beperking, ik ben één van de huidige vice Kringcoördinatoren van de Pedagogische Kring en, oh ja, ik ben een fervente, luide enthousiasteling, dat was ik nog bijna vergeten toevoegen.

Aan het begin van dit semester konden we nog genieten van enkele lessen in aula’s, momenten waar we met z’n allen koesterend op terugkijken, terwijl we nu stillaan huiveren bij het horen van de woorden ‘ik ga jullie in break-out rooms plaatsen’ en we verzuipen in al die teksten en veel te lange kennisclips. Maar goed, terug naar de aula’s. In onze eerste les voor het vak ‘Interpreteren, onderzoeken en theorie vormen, deel 1’, interpreteren voor de vrienden, deed onze professor, Stefan Ramaekers, plots zijn beklag over de eentonigheid van de aula. Doorheen die zee van medisch blauwe mondmaskers verloor de aula zijn persoonlijkheid en werd die maar saai, vond hij. Hierop grapte hij dat we de volgende keer maar eens in onesie naar de les moesten komen, dat zou ook ineens helpen tegen de koude die eraan zat te komen met al die nodige verluchting! Hij benadrukte wel snel dat hij ermee aan het lachen was, maar toen was ik al lang niet meer aan het luisteren…

…He had me at ‘onesie’.

Door de maatregelen die op dat moment golden, zat er een volledige week tussen onze eerste en de volgende les waar we naartoe mochten. Maar ik was prof Ramaekers’ uitspraak nog niet vergeten hoor! Ik dacht er wat laat aan, maar plaatste zondag in de late namiddag nog snel een warme oproep aan mijn medestudenten om allemaal hun mooiste onesie mee te nemen naar Lilaleuvenland. Want dat was het ook gewoon, een warme oproep, of er nu iemand zou meedoen of niet, ik zou in onesie naar die les gaan! Ik nam al mijn drie onesies mee, een pikachuonesie voor mezelf en een beer en koe voor twee van mijn medestudenten. Al wat ik toen nog kon doen, was wachten en uitkijken naar donderdag.

Daar was de dag dan eindelijk. Ik stond bijna, of misschien helemaal, te springen van geluk. Bij aula Jean Monnet trok ik trots mijn pikachuonesie aan. Mijn glimlach kwam tot over mijn oren en was ook door mijn mondmasker duidelijk zichtbaar. Hij werd zelfs nog groter toen ik zag dat nog tien anderen ook hun prachtigste en meest comfy onesie of pyjama hadden aangetrokken! De reactie van de prof maakte het echt helemaal af, enkel zijn ogen waren zichtbaar, maar die spraken boekdelen! Eerst was er ongeloof en dan kwam de realisatie dat hij er zelf om had gevraagd, waarna er effectief een heleboel minuten voorbijgegaan zijn waarin hij geen fatsoenlijk woord les gegeven kon krijgen. Goud. Waard.

Dit verhaal brengt me nog altijd aan het lachen, het was één van de beste hoorcolleges die ik ooit meemaakte. Het allerleukste eraan is nochtans niet het hoorcollege zelf, maar juist dat ik hierover nog steeds word aangesproken. Door medestudenten, mijn ouders en grootouders, zelfs door de prof die mij nu ‘Pikachu’ blijft noemen in zijn lessen. Enthousiasme kan in deze moeilijke en mentaal zware tijden soms echt de afleiding zijn die je nodig hebt. Het is ook helemaal niet erg om dat even toe te geven, dat het allemaal even niet meer gaat. Enthousiasme biedt hiervoor een broodnodige uitlaatklep, een momentje waarop je gewoon ‘oef’ kan zeggen, even al de rest kan loslaten en, niet te vergeten, enthousiasme maakt je aanspreekbaar. 

Dat laatste is een enorm belangrijke en zeker nu. Bespreken hoe je je voelt, is jammer genoeg nog niet altijd vanzelfsprekend. Dat zou het wel moeten zijn, want wat jij denkt over deze situatie en hoe jij je daarbij voelt is weldegelijk van tel! Laat je dus zeker niet doen en praat! En jazeker, over zoiets kan je ook met enthousiasme spreken, al is dat dan misschien met een geheel andere connotatie. 

Ik heb al meermaals ondervonden dat een enthousiaste actie, al is dat subtiel, een zeer goede conversatiestarter kan zijn. Daarna zijn soms enkele woorden genoeg om de tongen te doen rollen: ‘Hoe is het nog met u?’ Of zelfs een simpele ‘Cava?’ kan al voldoende zijn. Die conversatiestarter kan echt over alles gaan, maar dan ook echt over alles, door jezelf kort voor te stellen bijvoorbeeld. Een complimentje over iemands kledij werkt ook altijd, durf zeggen wat in je opkomt.

Trouwens, over kledij gesproken, hoe cool zijn sokken wel niet!? Een leuk paar sokken kan echt mijn dag maken! Vandaag heb ik bijvoorbeeld een fluogeel paar aan, met daarop felroze gekleurde aardbeitjes. Ze zijn tegelijk fluo en sweet, ik noem het ‘flweet’. Dat wou ik even kwijt, maar ik wijk af.

Om af te sluiten heb ik een oproep voor jullie, een aanmoediging. Ik moedig jullie aan om jullie enthousiasme te delen. En dan niet enkel door in een onesie naar de aula te komen, neen. Deel ook, en misschien vooral, al die kleine dingen met elkaar. Het gaat misschien slechts om een nieuw paar sokken dat je gelukkig maakt (lees: OH MY GOD NIEUWE SOKKEEEEEUUUH!!) of om dat ene onnozele woordgrapje uit die film dat je extreem graag met iemand wil delen. Dat maakt helemaal niets uit. Als jullie je enthousiasme kwijt willen, doe dat dan ook gewoon, want er zal altijd iemand zijn die naar jou wilt luisteren, er zal altijd iemand zijn bij wie jij een lach op het gezicht zult toveren, er zal altijd iemand zijn die gewoon een aanzetje nodig heeft om eens goed te kunnen babbelen. Al is het maar één iemand,  jij maakt voor die persoon dan even het verschil en dat telt, echt. En, oh ja, gelukkig nieuwjaar!

Blog #4 – Karen Vandevyvere
De vierde blogpost van dit academiejaar is ook meteen de laatste van 2020 en werd geschreven door Karen Vandevyvere. Als student pedagogische wetenschappen kan je Karen kennen van de werkcollege’s statistiek. Je kan Karen ook kennen van een van je eerste (horror)ervaringen aan de KUL. Ze hielp de pedagogische kring namelijk ook al enkele jaren met de ‘foples’ op de eerste dag van het academiejaar. Dit jaar is die niet kunnen doorgaan omwille van corona, maar wees maar zeker dat die les de komende jaren terug zal keren in onze tradities bij het ontvangen van eerstejaars. Karen deelt met ons een verhaal uit haar eigen studententijd bij de pedagogische kring. Veel leesplezier!

Dag pedagogen-in-spe,

Nu de feiten al lang verjaard zijn en mijn zesjarige termijn als praktijk-assistent er bijna op zit, durf ik het aan om dit lang verzwegen verhaal uit mijn studententijd met jullie te delen!

Zo’n slordige 15 jaar terug in de tijd. Een ijskoude woensdagavond ergens in april. Met wat vrienden stoomden we ons klaar voor het Hells-Angels-themafeestje in de Capsule (de toenmalige fakbar van Farma die de Pedagogische Kring op woensdagavonden mocht uitbaten). Zenuwachtig controleerden we wel tien keer of we alles bijhadden, want de Capsule was slechts ons startpunt voor wat een lange nacht zou worden. Schroevendraaiers? Check! Hamer? Check! Alles subtiel wegsteken in onze strakke leren broeken was geen sinecure… maar we hadden er veel voor over om ‘de eer der pedagogen te redden’!

Want enkele maanden daarvoor, toen we met wat tweedejaarsstudenten de Kringers hielpen bij het opruimen na de 24-urenloop, stelden we vast dat de Pedagogische-Kring-Vlag onvindbaar was. Een Kringer vertelde ons schouderophalend dat die waarschijnlijk gepikt was door een andere kring, maar niemand had het gemerkt… Volgens een oude traditie zou de bestolen kring dan in retour een vat moeten geven aan de sluwe studentenkring die erin slaagde om de ‘kostbare’ symbolen van een andere kring (zoals een vlag of schild) onopgemerkt te kunnen bemachtigen. De traditie was ons onbekend, maar we vonden het wel frappant hoe weinig ‘kostbaar’ onze vlag precies was voor de toenmalige Kringers en hoe flauwtjes ze op het verlies reageerden. “Ach ja, we zijn geen Ekonomika of zo, we zijn maar de Pedagogische Kring….” En met die laatste zes woorden ontstond in onze vriendengroep een ware missie: we wilden onze Kring terug op de kaart zetten! En zelfs meer dan dat: het was tijd om onze studierichting van dat woordje ‘maar’ te verlossen, halleluja!

En dus vertrokken we die woensdagavond in april na het indrinken van de nodige moed naar ’t Elixir, vast van plan om daar een schild te bemachtigen. Niet voor niets de fakbar van ingenieurs: hun schild hing zeer grondig vastgemaakt aan een muur achter de toog… dat ging ons petje te boven. Dan maar een poging wagen bij de buren van Apolloon! Daar bleek een schild van anderhalve meter boven een zitbankje tegen de muur te hangen, niet ver van de uitgang. We besloten een pintje te bestellen en zochten ons een weg naar het schild om vervolgens op het bankje – onder het mom van uitzinnig dansen – de haalbaarheid van ons plan van dichterbij te onderzoeken. Nu dat schild vlak achter onze dansende ruggen hing, realiseerden we pas echt hoe gigantisch het was, hoe zouden we daar ooit onopgemerkt mee buiten geraken? Maar de hoop keerde terug toen we zagen dat één van de vier bouten in de hoek al los zat. Toen twee kompanen na één gezamenlijke ruk nog twee bouten loskregen, gierde de adrenaline door ons lijf! En het besef dat er no way back was: als we nu weggingen, donderde dat schild meteen van de muur… Dus terwijl we zo casual mogelijk met onze konten tegen de muur schurkten om te verhinderen dat het schild scheef ging hangen, draaide één van mijn kompanen achter haar rug met een schroevendraaier de laatste bout beetje bij beetje los.

En toen BAM, het schild was los en zakte tot tegen de richel boven de bank. We schurkten nog harder om het schild tegen de muur te houden en beseften dat het nu snel moest gaan. Tijd voor het ontsnappingsplan: onze chauffeur ging al naar buiten om haar brommertje op te warmen, terwijl ikzelf samen met S. de taak kreeg om al dansend de vier beren van kerels die tussen het bankje en de buitendeur stonden naar een andere plek te krijgen. En in een mum van tijd maakten de andere drie kompanen een ketting om het schild snel door te geven, van de bank naar de buitendeur. Pas bij de laatste in de ketting kregen de sportkotters iets in de gaten en startten ze de achtervolging. Maar gelukkig konden ze geen scherpe looptijden meer neerzetten, want er was die avond ook een Apolloon-cantus geweest… wat een meevaller! Het schild bereikte de brommer en ze vroemden met z’n twee weg, richting Capsule om daar triomfantelijk hun intrede te doen! De rest van de ketting kon ongemerkt ontsnappen, maar S. en ik zaten vast achter onze muur van vier beren. Eén van hen had door dat we bij ‘de dieven’ hoorden en Apolloon belde uiteindelijk de politie. In onze Hells Angels outfit werden we door een combi weggevoerd om dan nog enkele uren elk apart ondervraagd te worden. Gelukkig hadden we nog voor we opgepakt werden snel wat ‘alternative facts’ verzonnen en die versie vertelden we braafjes aan de politie. Onze verklaringen werden vergeleken en bij het ochtendgloren mochten we uiteindelijk het politiebureau verlaten. Weken later bleven we van de politie nog telefoontjes en brieven krijgen (gelukkig op mijn kotadres, mijn ouders wisten van niets). 

En het liep uiteindelijk af met een sisser: Apolloon bleef nijdig omwille van de ‘schade’ in hun fakbar (of het was het de imagoschade?) en S. was het gestalk van de politie beu, dus brachten we enkele weken later het schild netjes terug… Wel waagde geen enkele medestudent het sindsdien nog om te zeggen dat we ‘maar’ pedagogen zijn! En nu jullie het verhaal kennen, zijn jullie vast en zeker nog een tikkeltje trotser op jullie studiekeuze 😉 In de hele nasleep van dit verhaal hebben we met ons groepje trouwens het huidige schild van de Pedagogische Kring ontworpen (want onze Kring had er zelfs geen) en we haalden ons schildertalent boven om ook een groot exemplaar te maken. Benieuwd of dat nog steeds bestaat!

Wel nog één ding: mijn ouders weten het nog steeds niet, dus niet doorvertellen…

Blog #3 – Berre Decorte (december 2020)
De eerste blogpost van december werd geschreven door Berre. Hij was tot voor dit jaar een fervent scoutsleider- en lid. Door de corona-epidemie mist hij live muziek enorm, maar een nieuwe hobby vult die tijd goed op: joggen met vrienden van de Pedagogische Kring! In de kring maakt Berre deel uit van team onderwijs sinds dit academiejaar. Naast dit alles verraste hij ons met deze blogpost.

Ik wil jullie een verhaal vertellen over een bijzondere man, Daryl Davis genaamd. Dit verhaal zal niet enkel over hem gaan, maar ook over de verkiezingsnederlaag van Trump, over blanken met witte kappen, over de mensen waar jij elke dag mee omgaat, over gemakzucht, en over antifragiliteit.

Veel van wat wij als mensen doen staat in het teken van het gemak. Waarom leggen we (spoor)wegen aan en bouwen we auto’s, treinen, vliegtuigen etc.? Om de simpele reden dat het leven zoveel gemakkelijker wordt als je je snel kan verplaatsen.

Waarom bouwen we huizen en andere gebouwen, waarom vindt zoveel van wat wij uitvoeren binnen plaats? Omdat mensen het zoveel comfortabeler vinden als ze hun tijd kunnen doorbrengen op een plek waar ze de temperatuur perfect kunnen reguleren, als ze stevige muren kunnen plaatsen tussen zichzelf en het weer buiten.

Waarom bouwen we een onvoorstelbaar complex logistiek netwerk uit dat zowat alle goederen aan sneltempo over de wereldbol kan verspreiden? Het heeft veel te maken met het feit dat we liever nieuwe kleren op onze drempel laten droppen dan dat we er zelf op uit trekken. Nog een tikkeltje extremer: stel je voor dat je je eigen kleren zou moeten maken! Waanzin.

Mijn boodschap is niet dat het verkeerd is om onze levens niet moeilijker te maken dan nodig is. Ik ben er wel sterk van overtuigd dat we ons bewust moeten zijn van onze neiging tot gemakzucht. Als je deze neiging bij jezelf herkent, zie je sneller wanneer je er te sterk door wordt meegesleept.

Gemakzucht heeft namelijk ook een stevige greep op de manier waarop we met elkaar omgaan. Het voelt geweldig wanneer je iemand leert kennen die enorm hard op jou lijkt. Je begrijpt elkaar, voelt je op je gemak. Het is niet moeilijk om zo’n mensen graag te zien. Maar niet alle mensen lijken op elkaar. Verre van zelfs. Er zijn duizenden grote en kleine verschillen die ons uniek maken, maar die ons ook op verschillende manieren uit elkaar drijven. Wanneer iemand op een bepaald vlak heel hard van ons verschilt, maakt dat het vaak opmerkelijk veel moeilijker om een connectie met deze persoon te vinden. Vaak zijn we zelfs niet gemotiveerd om naar deze connectie op zoek te gaan. We worden ongemakkelijk wanneer we praten met iemand die op een heel andere manier naar de wereld kijkt. Het voelt niet goed wanneer we in contact komen met mensen die zaken geloven en uitspreken die ingaan tegen alles wat wij juist en goed vinden.

Gelukkig zijn we antifragiel. De enige manier waarop je leert omgaan met dingen die vreemd of bedreigend lijken is niet door deze zaken uit de weg te gaan, maar door er juist contact mee op te zoeken. Hoe leer je een kind om voorzichtig te zijn? Je neemt hem mee naar een bos en laat hem over de omgevallen bomen klauteren. Hoe wapenen we ons tegen pandemieën? Door kleine, onschadelijke hoeveelheden van het virus in ons lichaam in te brengen, zodat ons lichaam leert hoe het dit virus bestrijdt. Hoe bouw je spiermassa op? Door je spieren regelmatig zwaar werk te laten verrichten.

Houd een kind zijn leven lang binnen en de buitenwereld wordt een overweldigende nachtmerrie. Breng mensen in contact met een virus waar hun lichaam niet vertrouwd mee is en onderga de gevolgen. Stop met je spieren aan het werk te zetten en zie hoe snel ze aftakelen.

Dit is exact wat wij doen met de mensen om ons heen. We sluiten ons af voor mensen wiens wereldbeeld te hard verschilt van het onze en die op een te weinig herkenbare manier in het leven staan. Er wordt deze dagen veel gesproken over hoe sociale media deze diep menselijke neiging alleen maar versterken en ons dieper en dieper in bubbels en echokamers duwen. Kleine popreferentie, de band Vampire Weekend vangt deze dynamiek heel knap in de tekst van hun nummer Harmony Hall: ‘Anger wants a voice, voices wanna sing. Singers harmonize, ‘til they can’t here anything’.

Deze (door sociale media versterkte) neiging zorgt ervoor dat we totaal niet weten hoe te reageren als we met moeilijkheden en verschillen geconfronteerd worden.

We hebben allemaal de aangeboren capaciteit tot antifragiliteit. We kunnen beslissen om de oorzaken van ons gevoel van ongemak te confronteren, maar wanneer we ons hier niet van bewust zijn laten we ons maar al te vaak leiden door onze gemakzucht. Onze gemakzucht maakt ons fragiel, op alle vlakken, en wie fragiel is duikt dieper en dieper weg in het comfort van het eigen kleine en vertrouwde leefwereldje.

Hier komt Daryl Davis in beeld. Davis is een jazzmuzikant die samen heeft gespeeld met muziekiconen als B.B. King en Chuck Berry, maar er is een heel andere reden waarom deze man in mijn ogen zo bijzonder is. Daryl Davis heeft als zwarte man namelijk tientallen leden van de Ku Klux Klan ervan overtuigd om uit deze organisatie te stappen. Hoe? Door persoonlijk contact met hen op te zoeken, met hen in dialoog te gaan en vriendschap met hen te sluiten. Pas door zelf te ervaren wat een warme, menselijke en verstandige persoon deze zwarte man is, begonnen de KKK-leden in kwestie in te zien hoe wereldvreemd sommige van hun ideeën waren.

Veel mensen die zichzelf als open-minded en aanvaardend zien maken juist de omgekeerde beweging. Door mensen met bepaalde ideeën uit je vriendengroep te weren, door mensen te ontvrienden wanneer je ziet dat ze een bepaalde partij hebben geliked op facebook, door jezelf van mensen te distantiëren, hen bijvoorbeeld als racistisch te bestempelen om hen dan met de vinger te kunnen wijzen, toon je vooral aan dat je op een heel gelijkaardige manier denkt en naar mensen kijkt als de mensen waar je zelf zo’n afkeer van hebt. Met zo’n levenshouding zal je nooit ook maar één andersdenkend individu inspireren en aan het denken zetten. Wanneer het vanzelfsprekend voelt om mensen in een categorie te plaatsen en op basis van deze categorie op een andere manier met hen om te gaan, maakt het qua uitwerking niet eens zoveel uit of deze categorieën stempels als ‘zwarte’ enerzijds of stempels als ‘racist’ anderzijds meekrijgen.

Toen Trump onlangs de presidentsverkiezingen verloor, gonsde het overal van het woord ‘loser’. Terecht, denk je dan, aangezien dit altijd zijn favoriete manier is geweest om naar anderen te verwijzen. Maar door zelf zo gretig te zijn om iemand als ‘loser’ te bestempelen hebben we ons zonder het zelf te merken de denkwijze van Trump eigen gemaakt. Laten we dat misschien toch niet doen. Laten we niet met verdelende, racistische en op andere manieren haatdragende mensen omgaan door hun manier van denken over te nemen. Laten we onze antifragiliteit tonen. Laten we ons nooit van mensen distantiëren, alleen maar van ideeën. Laten we naar de mensen toe gaan. Laten we af en toe eens de moeite nemen om iets moeilijk te doen.

Blog #2 – Tim De Mey (november 2020)

De tweede blogpost van november werd geschreven door Tim. Hij is dit jaar kringcoördinator van de Pedagogische Kring en heeft het in zijn blogpost over de belangrijkheid van relativeren (tot op een bepaalde hoogte). Veel plezier met het lezen van Tim’s blogpost. 

Een paar maanden geleden reisde ik met een vriendin per trein van Leuven naar mijn ouderlijke thuis, in de bossen boven Antwerpen. Het was dat soort donkere vrijdagavond, na een hele dag van lichte miezer. Dat soort regen waarvan je keer op keer denkt “och dat valt wel mee”, maar toch ben na een tijd goed doorweekt.

Om thuis te geraken, moest ik overstappen in Mechelen. De trein vanuit Leuven naar Mechelen had voor de zoveelste keer vertraging, veel vertraging. We waren zeker een uur te laat. Tussen veel slechtgezinde en mopperende mensen stapten we uit de trein. De vriendin waarmee ik reisde zei tegen me: “Toch vervelend, nu is heel mijn vrije avond verpest door deze vertraging.” Ik herinner me nog goed dat ik, ietwat naïef of fel, aan haar antwoordde: “Maar nee! Deze vertraging is niet hetgeen dat jouw avond verpest. Dat doe je zelf, door je het zo aan te trekken.” 

Hierop werd ik plots aangesproken door een man, van om en bij de 30 jaar. Hij zag er verzorgd uit, droeg een hemd en een stoffen broek. Zijn reactie op mijn uitspraak was ietwat gepikeerd: “Dat is niet waar! Ik had al een uur bij mijn vrouw en zoontje kunnen zijn. Nu hebben ze zonder mij moeten eten. Ik heb heus wel wat beters te doen op een vrijdagavond!” Ik besefte meteen dat het niet het moment was om met deze man in discussie te gaan, dus liet ik het varen: “Ja dat begrijp ik, dat is inderdaad niet fijn”, antwoordde ik geschrokken.

Natuurlijk begon mijn hoofd te malen. Ik was ervan overtuigd dat deze man het grotere plaatje niet zag. Nog best lang bleef het in mijn hoofd rondspoken. Ik zou dingen willen terugzeggen zoals: “Sorry meneer, maar deze vertraging verpest jouw avond niet. Dat doe je echt zelf. Bekijk het zo: je bent maar een uurtje te laat! Heeft u al eens nagedacht over waarom deze vertraging er is? Misschien is het wel iemands zoontje die voor een trein is gesukkeld. Wie zegt er dat het uw kind niet had kunnen zijn? Zou u dan ook nog vinden dat deze ene avond verpest is omdat u één uur te laat bent voor het eten?”

Hiermee zijn we aanbeland bij de kern van mijn betoog. Het is een levensmentaliteit die ik mezelf al langer aanleer, en die ik voor het eerst leerde kennen door een leerkracht Nederlands in het vijfde middelbaar. Hij vertelde over het stoïcisme, een Griekse filosofie waarbij men van mening is dat men zich niet negatief mag laten beïnvloeden door dingen waar men niets aan kan veranderen. Zoek maar eens op als je het niet kent, heel interessant. 

Terug naar de zaak: wat was de situatie met de dertiger op het perron? Hij had een uur vertraging, en was zich waarschijnlijk al heel de tijd aan het opjagen over de vertraging. Het enige wat hij ziet is dat hij al thuis had kunnen zijn. 

Wat is de reden van deze opgebouwde frustratie? Was het dan toch de treinvertraging? Nee dat was het niet. Om de simpele reden dat deze treinvertraging niet bij iedereen dezelfde frustratie opwekte. Er waren mensen die zich niets aantrokken van het feit dat ze een uur langer onderweg waren, net zoals er mensen in de trein zaten die het fijn vonden om nog een uur langer bij hun geliefde te kunnen zijn, vooraleer afscheid te moeten nemen. Het effect van de vertraging is niet universeel en kan dus niet als reden worden gebruikt.

Wat is dan wel de reden? Volgens mij is dat opnieuw vrij simpel. Het is de mentaliteit waarmee je de trein opstapt die de rit bepaalt. Bij uitbreiding: het is de mentaliteit waarmee je opstaat die je dag bepaalt.

Wat was het nut van deze opgebouwde frustratie? Volgens mij niets. Integendeel. Op deze manier verpest de man dus zélf zijn avond. Hij kan niet genieten van de treinrit, hij komt gefrustreerd binnen en zelfs de kostbare tijd die nog rest met zijn vrouw en zoontje is eigenlijk op voorhand al verpest.

Daarnaast is het wel van belang om dit standpunt even te nuanceren. Ik besef ook wel dat je alles niet kan doodrelativeren. Er zijn altijd mensen die het slechter zullen hebben dan jij, maar dat is geen reden om niet ongelukkig te mogen zijn. Iedereen heeft tegenslagen, en soms moet je gewoon eens slechtgezind en “down” kunnen zijn. Dat is ook niet de kern van mijn post. Wat ik wel wil overbrengen is dat het belangrijk is om tot een bepaalde hoogte wél de dingen in perspectief te zetten. En zeker de dingen waar je zelf niets aan kan veranderen. De kunst om daarmee om te gaan door die zaken te relativeren is volgens mij erg belangrijk.

Tim De Mey, Kringcoördinator Pedagogische Kring 2020-2021

Blog #1 – Fien Van der Hoeven (november 2020)

Dag lieve pedagogen

Het is al even geleden dat ik nog iets geschreven heb voor jullie, dus ik zal me nog eens voorstellen. Ik ben Fien, ik heb de voorbije 5 jaar samen met velen onder jullie pedagogische wetenschappen gestudeerd en in juni studeerde ik ook af als pedagoog. Het was een vreemd afstuderen in deze coronatijden, met gemengde gevoelens, maar ik was uiteindelijk ook zeer gelukkig en ook trots over mijn afstuderen. Ik heb heel hard genoten van de voorbije 5 jaar als student pedagogische wetenschappen in Leuven, en heb er vele mooie herinneringen aan overgehouden. Ik ga jullie vandaag echter niets vertellen over mijn studentenleven als pedagoog of over mijn ervaringen rond mijn stage of masterproef. Dat kunnen jullie zelf ervaren en ik ben er zeker van dat jullie hier ook hele fijne momenten en herinneringen aan zullen overhouden. Ik ga hier iets vertellen over mijn ervaringen als werkende pedagoog, als echt pedagoog zoals ik er graag over denk en ook over werk zoeken als pedagoog. 

Werk zoeken in tijden van corona is al even speciaal als studeren in tijden van corona. Daarnaast had ik ook te maken met het klassieke niet aangenomen worden door een gebrek aan ervaring, maar wel een job nodig hebben om die ervaring op te doen fenomeen. Uiteindelijk heb ik echter vrij snel iets gevonden en ik ben nu al enkele weken aan het werk als leefgroep- en contextbegeleider bij Tonuso vzw, een organisatie in de bijzondere jeugdzorg. In de 5 jaar die ik in Leuven heb gezeten had ik nooit gedacht dat ik hier terecht ging komen, maar het leven is onverwacht, en ik ben zeer blij met mijn job. Ik leer nog elke dag dingen bij en het is fijn om me nuttig in te zetten voor anderen en een bijdrage te leveren. Ik moet ook bekennen dat ik aangenaam verrast ben dat ik al die dingen die ik in de voorbije 5 jaar leerde ook effectief kan gebruiken nu. Hoe vaak ik wel niet dacht dat al die examens toch wat nutteloos waren, en ik alles alweer vergeten was nadat ik de bolletjes had ingekleurd. Blijkbaar is er toch meer blijven hangen dan ik dacht want ik voel me wel bekwaam en een soort expert als pedagoog. Ook herinner ik mij soms mijn allereerste les aan de KU Leuven nog. Het was wijsgerige pedagogiek en professor Masschelein legde ons uit hoe het woord pedagoog afkomstig is van het Griekse woord paidagogos (of iets in die aard). Hij legde iets uit over een slaaf die de kinderen naar school bracht, bij hen bleef en ervoor zorgde dat ze bij de les bleven. Wat ik er het meest van onthouden heb is dat de pedagoog de persoon was die tussen de kinderen, de school en de ouders staat. Zo voel ik me nu ook in mijn job als pedagoog wanneer ik kinderen naar school breng, hen ondersteun bij hun huiswerk, het gesprek aanga met de school… Hij had dus toch gelijk, en al dat filosofische gedoe had dus toch een punt, merk ik nu… 

Ik hoop dat ik jullie heb kunnen plezieren met mijn gebabbel over mijn werkleven. Ik hoop ook dat ik jullie, wanneer jullie afgestudeerd zijn nog eens tegenkom in ons professionele leven! Alvast veel succes nog met alles wat jullie gaan doen! 

———————————————————————————————————————————————

Het archief van De Emiel van afgelopen academiejaar kan je nog steeds hieronder vinden.

Archief 2019-2020
Oktober 2019
November 2019
December 2019
Februari 2020
Maart 2020

Archief 2020-2021